Voor wie

Deze website is bedoeld voor iedereen die zich bezighoudt met CO2-emissiefactoren, CO2-tools, rapportages waarvoor CO2-uitstoot van belang is en CO2-vergelijking. Vooralsnog zijn in deze lijst de categorieën brandstoffen voertuigen, brandstoffen energieopwekking, elektriciteit, warmtelevering, personenvervoer, goederenvervoer en koudemiddelen opgenomen.

Het gebruik van deze lijst is gratis. Wel willen we graag weten wie de lijst gebruikt. U bent voor ons een belangrijke stakeholder voor de verdere ontwikkeling en verspreiding van de lijst CO2-emissiefactoren. Wilt u op de hoogte blijven van de laatste stand van zaken? Meld u dan aan via de knop ‘Aanmelden updates’ op de pagina Wijzigingen.

Hoe te gebruiken

De lijst CO2-emissiefactoren geeft een overzicht van kentallen die gebruikt kunnen worden voor carbon footprinting: het toerekenen van CO2 aan (bedrijfs-) activiteiten. Er worden telkens 3 getallen gegeven:

  1. Well to Tank (WTT) zijn de emissies in de voorketen van de activiteit; bijvoorbeeld door winning en productie van brandstoffen.
  2. Tank to Wheel (TTW) zijn de directe emissies van de activiteit; bijvoorbeeld gebruik van brandstof in een voertuig.
  3. Well to Wheel (WTW) = 1 + 2; de uitstoot van zowel de voorketen als de directe emissies samen.

 

De ‘Voorzieningen’ en ‘Recyling’ in bovenstaand schema vallen buiten de scope van de CO2-emissiefacoren. Bij de categorie Elektriciteit zijn de voorzieningen wel bekend en in de toelichting opgenomen. In de lijst met CO2-emissiefactoren wordt per categorie nader toegelicht wat Well to Tank, Tank to Wheel en Well to Wheel inhoudt.

Voor verreweg de meeste CO2-berekeningen gebruikt u de WTW data. Deze zijn in de eerste kolom weergegeven en gemarkeerd met een donkere achtergrond. De TTW emissies worden bijvoorbeeld gebruikt indien u de directe emissie in een geografisch gebied wilt berekenen.

De totale uitstoot van broeikasgassen wordt bij voorkeur berekend door de gebruikte hoeveelheid brandstof(fen) en/of elektriciteit (in eenheden als liter, kg of kWh) van al de gebruikte vervoersopties te vermenigvuldigen met de factoren uit de desbetreffende categorie (brandstoffen voertuigen, brandstoffen energieopwekking, elektriciteit, warmtelevering). Deze berekeningen zijn het meest exact, omdat het reële waarden zijn: het brandstof en/of elektriciteitsverbruik van voertuigen zoals die gemeten zijn in de praktijk.

Als er geen gegevens over het energiegebruik beschikbaar zijn, dan kan de uitstoot geschat worden met behulp van de categorie personenvervoer en de categorie goederenvervoer.

De uitstoot van broeikasgassen door personenvervoer wordt berekend door het aantal voertuig- of reizigerskilometers te vermenigvuldigen met de emissiefactoren in categorie personenvervoer. Een reizigerskilometer is een eenheid voor de afstand die een individuele reiziger met een bepaald vervoermiddel aflegt. Bij personenauto’s moet elke reisafstand vermenigvuldigd worden met de factor voor voertuigkilometers in categorie personenvervoer. Om de uitstoot per reizigerskilometer uit te rekenen kan vervolgens worden gedeeld door het aantal inzittenden.

De uitstoot broeikasgassen door goederenvervoer wordt geschat door het aantal voertuig-, ton- of containerkilometers te vermenigvuldigen met de emissiefactoren in categorie goederenvervoer. Een tonkilometer is een eenheid voor de afstand die een ton goed in een bepaald transportmiddel aflegt.

Zie ook de Algemene toelichting op de pagina Lijst Emissiefactoren.

CO2 Footprint maken

Een CO2 footprint geeft inzicht in energieverbruiken en de CO2-uitstoot van organisaties. Inzicht in de emissies vormt de basis om deze vervolgens te kunnen reduceren. Bij het maken van een CO2 footprint worden het gebruik van bijv. gas, elektra, brandstoffen, zakelijke kilometers en vliegreizen op basis van landelijke CO2-emissiefactoren omgerekend naar CO2. Belangrijk bij het opstellen van een CO2 footprint zijn de scope en de grenzen die een organisatie stelt.

Scope
Het Greenhouse Gas Protocol (wereldwijd het meest gebruikte protocol om uitstoot van broeikasgassen te berekenen) noemt een drietal scopes:

  • Scope 1: directe CO2-uitstoot, veroorzaakt door eigen bronnen binnen de organisatie. Het betreft  de uitstoot door eigen gebouwen-, vervoer- en productie-gerelateerde activiteiten.
  • Scope 2: indirecte CO2-uitstoot, door opwekking van ingekochte en verbruikte elektriciteit- of warmte.
  • Scope 3: indirecte uitstoot van CO2, veroorzaakt door bedrijfsactiviteiten van een andere organisatie. Het betreft dan uitstoot door bronnen die niet in het bezit zijn van de eigen organisatie en waar ze ook geen directe invloed op kan uitoefenen.

Volgens het  Greenhouse Gas Protocol – en dit is in de praktijk ook grotendeels zichtbaar – neemt een organisatie in ieder geval verantwoordelijkheid voor uitstoot van CO2 veroorzaakt door Scope 1 en 2.

Grenzen
Voor een goede CO2 footprint is het van belang de organisatie als geheel mee te nemen in de berekening, maar het is ook mogelijk de grens te stellen bij een evenement of één productiecategorie. Het is ook mogelijk een levenscyclusanalyse toe te passen op een product en daar de CO2-voetafdruk van te berekenen. Ten slotte, wanneer een organisatie deelneemt in of een joint venture heeft met andere organisaties. De regel is dan om het percentage van de deelneming of joint venture mee te nemen in de eigen CO2-voetafdruk.

Transparantie

Een praktische aanbeveling voor gebruikers is om bij het gebruik van CO2-emissiefactoren en het communiceren van een CO2-footprint zo transparant mogelijk te zijn.

Algemene aanbevelingen voor transparantie:

  • Geef duidelijk aan voor welke activiteit de CO2-footprint wordt berekend (wat neemt u wel en niet mee) en over welke periode u deze berekend (veelal 1 jaar);
  • Geef bij rapportages aan in welke scope de activiteiten vallen: scope 1 (eigen activiteiten), scope 2 (afname energie van derden) of scope 3 (een activiteit door andere partijen in de waardeketen);
  • Communiceer bij activiteiten niet alleen de CO2-footprint, maar ook de achterliggende data (bijv. het daadwerkelijke verbruik in kWh en de gebruikte omrekeningsfactor);
  • Indien u uw CO2-emissie compenseert, laat dan eerst een subtotaal zien en breng daarna pas de compensatie in mindering om uw totale CO2-footprint te berekenen.

Aanbeveling bij stroom:

  • Benoem bij gebruik van Garanties van Oorsprong (GvO) het land van herkomst en soort GvO expliciet;
  • Indien er grijze stroom of niet-geoormerkte stroom gebruikt is en het bedrijf vervolgens GvO’s heeft aangekocht (op de GvO markt), bereken dan zowel de CO2-uitstoot op basis van de afgenomen stroom als die na aftrek van aangekochte GvO’s. Benoem ook hierbij de specificaties van de GvO’s (herkomstland en energiebron).
Uitgangspunten

Bij de totstandkoming van de lijst zijn de volgende uitgangspunten gebruikt:

  • Eenheden: er wordt uitgegaan van CO2-equivalenten; dus ook andere broeikasgassen met Global Warming Potential worden waar mogelijk meegenomen.
  • Emissiefactoren worden uitgedrukt in cijfers die de Nederlandse praktijksituatie zo goed mogelijk benaderen. Er worden Internationale/Europese cijfers gebruikt, tenzij de Nederlandse situatie afwijkend is (GHG-effect protocol).
  • Er wordt uitgegaan van ‘well to wheel’ emissies, zodat ook de voorketen wordt meegenomen. Ook worden ‘tank to wheel’ emissies opgenomen.
  • Er wordt gerekend met direct energiegebruik. Indirecte emissies worden alleen meegenomen in de berekening indien deze met zekerheid kunnen worden berekend.
  • Bij luchtvaart is de vermenigvuldigingsfactor van 1,9 gebruikt die ook in STREAM (2014) gebruikt wordt vanwege uitstoot in hogere atmosfeer;
  • Er wordt uitgegaan dat koolstof die vrijkomt in de kortcyclische keten geen versterkend effect heeft op het broeikaseffect.
  • Ieder getal krijgt een toelichting (bronnen, afronding en geschatte houdbaarheid);
  • Eéns per jaar wordt bezien welke cijfers aan actualisatie toe zijn.